
Recent mocht ik aanschuiven bij een presentatie bij Kennisnet over Les2.0 door Paul Vermeulen en Sanne Lusink. Ik werd getriggerd door een uitspraak op p. 78 van het zeer leesbare boekwerk ‘Arrangeren doe je zo!’. Men heeft een zgn. leerdoelenmatrix ontwikkeld waarin op detailnivo per vak- of leergebied de benodigde kennis en vakvaardigheden (in Achievement Standards Network***)-termen ‘learning outcomes’, de tussendoelen) worden beschreven. Deze leerdoelenmatrix, zo stelt Les2.0, is noodzakelijk om het curriculum-dekkende karakter van de gemaakte lessen te bewijzen. Blijkbaar hebben de (overigens helaas niet vrij toegankelijke) lesplannen van Les2.0 deze neutrale kapstok nodig om vertrouwd te worden door de docenten. Logisch als je je verplaatst in de positie van de docent die delen van het methodisch materiaal heeft vervangen of aangevuld door de arrangementen van LES2.0 en nu aan ouders moet gaan uitleggen dat deze aanpassingen geen enkele relatie hebben tot het zakken van hun kind voor de tentamens.
De vergelijking dient zich aan voor de commerciële equivalenten van de Les2.0-arrangementen: de vertrouwde, beproefde en breed gebruikte methodes van de uitgevers. De kerndoelen/eindtermen zijn uiteraard goed afgedekt, maar in hoeverre is het voor de docent duidelijk hoe de methode ingaat op de onderliggende tussendoelen? En als hij hierin wat wil aanpassen, hoe weet hij welke impact dat heeft?
Stel nu eens voor dat ook de uitgevers nauwkeurig kunnen laten zien hoe de methode precies relateert aan het formele curriculum, welke voordelen zou dat kunnen hebben? Allereerst natuurlijk de check dat wordt voldaan aan de curriculumeisen: niet onbelangrijk, zeker voor nieuwe of gewijzigde curricula! Tevens verkrijgt men inzicht in de mate waarin een methode specifieke onderdelen behandelt.
Ervaren docenten weten natuurlijk zelf wel dat voor hetzelfde vak/leerjaar de diverse methodes hun aandacht zeer verschillend verdelen over de onderdelen van het curriculum. Misschien zou dat wel efficiënter kunnen? Een ander voordeel ligt in de mogelijkheden om ander (al dan niet open) leermateriaal bij te kunnen ‘mixen’ in de leidende methode met vooral als doel meer ‘onderwijs op maat’ te kunnen bieden. Niet alleen de docenten geven deze behoefte aan, nogmaals bevestigd door de uitkomsten van de Leermiddelenmonitor 2010/2011van SLO (lees bijv. p. 15). Maar ook uitgevers spelen volop in op deze trend van bijmixen middels online uitbreidingen in hun methodes. Bijv. op basis van de paragraaf-indeling kan online eigen of andere lesmateriaal toegevoegd worden, al dan niet gelijk gedeeld met de methode-community. Een Teleblik-filmpje aldus gelinkt door een deskundige docent ter verduidelijking van de lesstof, is vele malen goedkoper dan zelf een filmpje op maat produceren.
Uiteraard gelden er wel een aantal essentiële randvoorwaarden om dergelijke wensen te realiseren. In ieder geval de noodzaak van kwalitatief goede en breed gedragen detail-beschrijvingen van het curriculum die niet elk jaar weer wijzigen. Deze kennen we in Nederland nog nauwelijks, onder andere omdat dit strijdig zou zijn met de vrijheid van inrichting van onderwijs. Noodzakelijke ingrediënten! Ook Europees wordt de noodzaak hiervan onderkend, er is inmiddels een initiatief om te komen tot een European ‘Achievement Standards’ Bank.
Daarnaast zullen alle betrokkenen ruim de tijd moeten krijgen hiermee hierover kennis op te bouwen, hieraan te gaan werken, en in de praktijk werkbare oplossingen te creëren. En het lijkt erop dat hiervoor ook wel veel ICT-technologie nodig, zoals de oplossingen van Achievement Standards Network of van de Australian ScOT laten zien. Voor wie snel wil beginnen: de projecten ‘Arrangeren’ en ‘Ontwikkelen en beheren van vocabulaires’ binnen het ECK2-programma zullen in dit domein een flinke boost geven (hopelijk mét de arrangementen en de leerdoelenmatrix van Les2.0 :/)) ).
Tot slot: om bovenstaande te realiseren spelen scholen een belangrijke rol: als afnemers van de producten kunnen zij aangeven wat hun wensen zijn en met hun leveranciers afspraken maken over de invulling daarvan en de termijn waarop. Het zou goed zijn als de scholen zich nog meer als klant op gaan stellen en hier een veel meer leidende rol gaan nemen om deze ontwikkeling te stimuleren. Vóór alles zijn tenslotte al die jarenlange investeringen in de Educatieve Contentketen bedoeld om een klantgerichte keten te ontwikkelen

die ten dienste staat van de docenten en zijn leerlingen. Overigens zijn er nog veel meer gebieden aan te wijzen binnen de ECK waar een meer sturende hand van de gezamelijke scholen de ECK verder omhoog kan stuwen. Om maar te noemen: het gebruik van een eenduidige standaard voor het uitwisselen van leerresultaten en voor het uitwisselen van toetsresultaten; of open standaarden voor de toegang en distributie van leermateriaal.
***) Achievement Standards Network (ASN) heeft over een periode van ruim 10 jaar de tussen/leer-doelen beschreven van het Amerikaanse onderwijs, en beschikbaar gesteld voor zowel computers als voor mensen. Hiervoor is LinkedData-technologie gebruikt. Hun aanpak vindt inmiddels navolging in diverse landen waaronder Australië.
0 reacties:
Een reactie plaatsen