woensdag 25 januari 2012

Nog een ecosysteem?


Onlangs heb ik het boek Plastic Panda’s gelezen van Bas Haring. Een filosoof die zichzelf afvraagt wat nu de waarde van de natuur precies is. Die waarde is natuurlijk enorm, maar hoe divers kan en moet het eigenlijk zijn? Zijn conclusie is dat een ecosysteem niet valt of staat met het aantal soorten dat erin leven. Terwijl we in ons dagelijks natuurbeleid er vaak voor willen zorgen dat echt alle diersoorten kunnen overleven. Het liefst moet elk soort visje, grassprietje, vogeltje blijven bestaan. Dit kan alleen als we een gezond ecosysteem creëren en onderhouden. Binnen zo’n gezonde omgeving kan iedereen z’n ding doen en is er precies voldoende voedsel zodat elk soort kan blijven leven. Alleen zit de wereld helaas niet zo in elkaar. Als er een soort veel sterker is dan de ander, dan verliest het zwakke soort terrein. Is de conclusie van Bas.

Binnen de educatieve contentketen creëren we ook een soort ecosysteem. Dit doen we door open standaarden te ontwikkelen en door het aanbieden van neutrale (gratis) voorzieningen die er voor zorgen dat producten en diensten van verschillende aanbieders met elkaar kunnen communiceren. De gedachte is dat alle vissen in de vijver kunnen profiteren en dat zowel de grote als de kleine vissen hun producten en diensten makkelijker en vaak goedkoper kunnen aanbieden. Publieke en private partijen maken steeds meer gebruik van dit ecosysteem. Het aanbod wordt steeds transparanter en consumenten ervaren hierdoor dat er meer keus is.

En toen lanceerde Apple vorige week het nieuwe iBooks author en de nieuwe versie van iTunes U. Ik stelde me de vraag; Is ons ecosysteem binnen de ECK in gevaar? Apple wil al zijn gebruikers de mogelijkheid bieden om zelfstandig een boek te schrijven, vorm te geven, te publiceren en te distribueren. iBooks is een gratis applicatie waarmee je met een beetje Powerpoint ervaring al heel ver komt. Bijna allemaal te mooi om waar te zijn, maar Apple wil wel dat deze mooie creaties alleen verkocht worden via hun eigen iBook store. De gekozen e-pub standaard is net weer op een paar punten aangepast, zodat het alleen op een i-pad afgespeeld kan worden. Ze verwachten dus eigenlijk dat alle visjes in de vijver overstappen naar de Apple vijver. Apple maakt het namelijk ook juridisch onmogelijk om zowel een boek te verkopen in de iBook store als in bijvoorbeeld de Amazone shop of Bol.com, tenminste als je, je creatie in iBooks hebt gemaakt. Het is allemaal juridisch weer een beetje vaag. (zie ook) Ik vraag me daarom af of het product binnen de Nederlandse markt kan slagen? Dit is sterk afhankelijk van de keuzes van onze auteurs en uitgeverijen. Engelstalige boeken worden nu wel al aangeboden voor scherpe prijzen! De vraag is dus welke vissen in de vijver springen en hoe snel ze voedsel kunnen vinden onder de i-pad gebruikers. ;-)

Voor het gebruik van I tunes U heb je geen Apple product nodig, het werkt namelijk ook op een PC. In drie jaar tijd zijn er al meer dan 300 miljoen downloads geregistreerd en hebben 800 universiteiten een iTunes U-site waarvan bekend is dat de helft materiaal upload. Je kunt je gratis abonneren op verschillende vakken en domeinen en krijgt rijke arrangementen voorgeschoteld van boeken, artikelen, video’s en colleges. Voor het HO en WO is de dienst nu al fantastisch. Voor het PO, VO en MBO is er nog weinig content op het gewenste niveau. Maar wat er nog niet is kan natuurlijk komen. iTunes U richt zich in ieder geval meer op de open content.

Apple wil een rol spelen in het ecosysteem ‘educatieve content’ en doet dit zoals we dat gewend zijn met een krachtige combinatie van hardware en software. Helaas wel met een andere set standaarden, dan die we gewend zijn. Bas Haring zou denk ik zeggen; ‘Alleen de sterke soorten binnen een ecosysteem zullen overleven, maar hoeveel ecosystemen kunnen er ook binnen een sector blijven bestaan? Weet u al in welke vijver u gaat zwemmen?

dinsdag 20 december 2011

Begrippenkader voor het onderwijs

Suggesties om mijn blog deze keer over de inspirerende GEU-VO conferentie 2011 te houden. Ik kon alleen het ochtendprogramma en de lunch bijwonen (ik was uitgenodigd bij een internationale workshop van de Kunskapsskolan), maar dat was de moeite meer dan waard. Muisstil luisterde de zaal naar het betoog van Frank Kalshoven, die vanuit een economische invalshoek bloot legde dat in de publieke sector in het algemeen en het onderwijs in het bijzonder de arbeidsproductiviteit niet is gegroeid, en dat het gebruik van kapitaalintensieve middelen ver achterblijft ten opzichte van andere sectoren. Terwijl deze arbeidsproductiviteit ons juist sinds WO II onze welvaart heeft gegeven. Innovatie moet die trend doorbreken, dan is alles mogelijk. Ook de verhalen van Arend Runia (inkoopmodel Landstede Zwolle) en Stefan de Valk (om te innoveren moeten uitgevers en hun klanten dichter op mekaar zitten, en vooral de klanten hun behoeftes formuleren - overigens vind ik dit persoonlijk wel erg afwachtend ingestoken, volgens mij lopen er genoeg klasse-marketeers rond bij de uitgevers) waren de moeite waard. Opvallend vond ik dat vele bestuurders wegdoken als Victor Deconinck langsliep voor een quote.

Echter, de blog van deze week zal gaan over begrippenkaders. Begrippenkaders zijn hot anno 2011!! In de slipstream van web 3.0 - het gebruik maken van data uit allerlei bronnen die op allerlei verschillende plekken en uit allerlei verschillende systemen kunnen komen – komen de begrippenkaders haast vanzelf mee. Want om te weten wat iets betekent moet je goede afspraken maken over de betekenis van termen en aanduidingen, zodat een ieder precies weet waar je het over hebt. De semantiek is waar het om gaat. En dan zeker de formele termen waarover autoriteiten de zeggenschap hebben.

Een grappig voorbeeld vond ik in de LinkedIn-groep Ouders, school en buurt: een Maatschappelijk Vastgoed Begrippenlijst. Ook de PO-raad is hier bij betrokken, gezien het logo. Of de thesaurus voor Zorg en Welzijn: http://www.thesauruszorgenwelzijn.nl/index2.htm . Of het Essence-project met een fundamentele aanpak van het begrippenkader.
In het Vocabulaire-project van ECK2 kwam bij het ontwikkelen van de visie het onderwijs begrippenkader centraal te staan. Stuart Sutton van Achievement Standards Network noemde deze begrippen de ‘marbles’, de knikkers waar het om draait. In het (overigens formeel nog niet geaccordeerde) ECK2-visiedocument worden tal van toepassingen in diverse richtingen benoemd zoals verantwoording, het ontwikkelen van gepersonaliseerde leerpaden, het vinden van leermateriaal en internationale benchmarking. Wat kan er al niet met het begrippenkader!


In het genoemde ECK2 Vocabulaire-project is vastgesteld dat het Onderwijs Begrippenkader ontwikkeld dient te worden en onder beheer moet komen van EduStandaard, dat wil zeggen dat de Standaardisatieraad hierop gaat sturen. Dus een brede vertegenwoordiging van ‘het veld’, dwz. De sectorraden, de GEU, saMBO~ICT, en andere vertegenwoordigers van publieke- en brancheorganisaties, het Ministerie van OCW en vertegenwoordigende organisaties uit het HO en WO gaan hierover de scepter zwaaien.

Mijn voorspelling: het begrippenkader voor het onderwijs, daar gaan we nog veel plezier aan beleven, al in 2012. Dat vergt echter eerst nog wel kapitaalintensieve investeringen. Precies wat Frank Kalshoven op de GEU-conferentie aanbeval.

vrijdag 4 november 2011

Data blijft de sleutel!


Onze innovatie in het onderwijs heeft data nodig. Als we op maat en adaptief onderwijs willen vormgeven, dan is het vastleggen en doorgeven van het leerproces de sleutel. Binnen het onderwijs meten we op verschillende niveaus regelmatig waar onze leerlingen staan. Helaas gebruiken we deze data nog minimaal. De leeromgeving en onze methodes kunnen verrijkt worden met grote hoeveelheden data waardoor er een slimme leeromgeving ontstaat. Een omgeving die de kenmerken van zijn gebruiker goed kent en hierop kan inspelen. Zo kan een leerling met een leesachterstand ondersteund worden met grotere letters of een voorlees functie. Maar ook de methode zelf kan leerstof herhalen of juist versnellen wanneer leerresultaten veel slimmer gebruikt worden.

Technologien zoals het semantische web en learning analytics laten ons de mogelijkheden zien. Deze ontwikkelingen lijken ver weg, maar in theorie kunnen we een grote stap zetten wanneer we onze data beter beschikbaar stellen en delen. Binnen het ECK2 programma worden de eerste stappen al gemaakt. Er wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van een begrippenkader wat er voor moet zorgen dat we meer betekenis kunnen geven aan onze leer en toets-materialen. Ook wordt er een afspraak ontwikkeld waarmee leerresultaten doorgegeven kunnen worden tussen systemen. Hierdoor kan de leeromgeving nog beter communiceren met het leermateriaal.

Tijdens de Onderwijsdagen staan deze ontwikkelingen sterk op de agenda. ECK2 is goed vertegenwoordigt met drie sessies over digitaal toetsen, distributie en toegang en het arrangeren van leermiddelen. SURFfoundation lanceert het programma learning analytics waarin verschillende proeftuinen gestart worden die de mogelijkheden van slimme analyses op data zullen tonen. Ook heb ik ongelooflijk veel zin in de Keynote van Erik Duval die zijn visie op het thema learning analyics zal geven. Learning Analytics = Attention (Aandacht) management.

U komt toch ook?

vrijdag 16 september 2011

Volle bak bij EduStandaard!

Hebt u het artikel gelezen in de ECK nieuwsbrief:

---------------------------------------------------------------

Kennisnet en SURFfoundation hebben voor het beheer van NL-LOM onder de bestaande naam EduStandaard een nieuwe beheerorganisatie ingericht, en hebben de ambitie om uiteindelijk alle relevante onderwijsafspraken en toepassingsprofielen gezamenlijk te beheren. De Special Interest Group EduStandaard vormt een belangrijk onderdeel van deze nieuwe beheerorganisatie, die wordt ingericht op basis van de principes van Beheer- en OntwikkelModel voor Open Standaarden (BOMOS).

De oprichtingsbijeenkomst van deze SIG vindt plaats op 25 oktober 2011, bij SURFfoundation in Utrecht. Iedereen met interesse in of belang bij onderwijsstandaarden is van harte uitgenodigd voor deze bijeenkomst. Tijdens de bijeenkomst wordt de organisatie van het vernieuwde EduStandaard gepresenteerd, en wordt de rol van de SIG nader toegelicht. De Special Interest Group, die draait om communityvorming, kennisontwikkeling en –deling en visievorming, bepaalt zelf de kaders voor de activiteiten van de SIG. Er is ruim tijd om te discussiëren over de structuur en werkwijze van de SIG en welke richtingen de SIG kan volgen. Ook worden belangstellenden uitgenodigd om zitting te nemen in het kernteam van de SIG, dat de plannen verder zal invullen.

---------------------------------------------------------------

Binnenkort is de website van EduStandaard aangepast aan de nieuwe situatie. Hier vindt u onder andere het zogenaamde ‘Ei van HP’, waarin de samenhang van de 4 onderdelen van EduStandaard wordt gepresenteerd. De SIG EduStandaard bestaat dus uit alle geïnteresseerden en belangstellenden voor standaarden, opgedeeld naar interessegebieden. Daarmee wordt het voor de deelnemers behapbaar om betrokken te zijn bij de afspraken van

hun interesse. De SIG geeft advies aan de Standaardisatieraad. Hierin zitten sectororganisaties samen met publieke en brancheorganisaties zoals BIK, WRM, SaMBO~ICT, DANS, KB, VO Raad, GEU, SURF Foundation en Kennisnet. Binnen de SIG wordt een kerngroep aangesteld die de samenhang bewaakt over de diverse domeinen heen; de kerngroep vormt ook de link met de Standaardisatiegroep. Bureau EduStandaard begeleidt de processen en brengt expertise in nodig om het beheer goed uit te voeren.

En het gaat volle bakworden bij EduStandaard. Naast de afspraken die nu al worden beheerd, zoals NL LOM 1.0.1, SRU/SRW, metadata harvesting en Electronisch Leerdossier (concept) staan er ook nieuwe afspraken aan te komen uit het ECK2-programma. Het betreft de 'Unieke Persistente Identifier voor Leermateriaal en Metadatarecords' , een afspraak voor de uitwisseling voor leerresultaten en een nieuwe afspraak voor het uitwisselen en gebruik van toetsmateriaal (QTI).

En SURF is natuurlijk met haar klanten, de onderwijsinstellingen in het HO en WO, aan het bekijken welke andere afspraken en vocabulaires kunnen worden ondergebracht. Daarnaast bestaan er plannen om de ontwikkeling van het Onderwijs Begrippenkader (werknaam) in handen te leggen van de Standaardisatieraad van EduStandaard.

Het begrippenkader (bijv. lesroosters, leerling-/docentenprofielen, onderwijslogistiek e.d.). zal in ieder geval de inhoud van het onderwijs omvatten, met initieel nadruk op leerdoelen (‘learning outcomes’). Later worden mogelijk ook begrippen rondom het management van het onderwijs gestandaardiseerd.

Helemaal uitgekristalliseerd is het nog niet. En dat kan ook niet, want tal van betrokkenen moeten nog worden bijgepraat en hun mening opgehaald. Maar dat het lekker druk gaat worden, dat staat vast!

maandag 20 juni 2011

Pas toe of leg uit!



Op 23 juni staat de NL-LOM afspraak op de agenda van het College Standaardisatie. Het advies van het Forum aan het college is positief. Kennisnet verwacht dan ook dat deze geharmoniseerde metadata afspraak voor leermaterialen een mooie plek krijgt op de "pas toe of leg uit" lijst voor open standaarden.


Binnen de onderwijssector kwamen al eerder de NTA 2035 E-portfolioNL en het OAI-PMH protocol op de lijst terecht. De adoptie van deze standaarden hebben niet de versnelling gekregen die we hadden gehoopt. Het Forum standaardisatie heeft niet de middelen om in alle sectoren controles uit te voeren. Pas toe of leg uit wordt daardoor in veel gevallen niet opgevolgd. Wel kan het Forum samenwerken met de onderwijs sector om hier oplossingen voor te bedenken.


De onderwijssector zal daarom zelf de handen op elkaar moeten krijgen om de afspraken die we maken ook echt toe te passen. Uit diverse gesprekken in het kader van het ECK2 programma van Kennisnet, de GEU en SLO blijkt een behoefte aan gesprekken met het Forum standaardisatie, OCW, Surf en de Sectorraden. Centrale vraag is hoe we met elkaar een programma van eisen kunnen formuleren die door alle onderwijs instellingen gebruikt kan worden bij de aanschaf van digitale leermaterialen en afspeelomgevingen. De klant bepaalt immers welke open standaarden gebruikt worden en welke niet.

Maar dan moet er wel een goed aanbod zijn van producten die voldoen. Een standaard die vandaag op de lijst 'pas toe of leg uit' staat is niet morgen geïmplementeerd. Hoeveel invloed hebben de instellingen en welke versnelling kunnen ze creëren als we het goed organiseren? De onderwijssector is het in ieder geval unaniem eens dat de beschikbaarheid en de bruikbaarheid van digitaal leermateriaal omhoog moet. De distributie problemen die er zijn moeten opgelost worden en docenten en leerlingen moeten in enkele stappen hun materiaal kunnen kiezen en gebruiken. De implementatie van open standaarden functioneert als een motor voor de keten. Alleen op deze manier worden diensten en producten verbonden. We hebben als keten van onderwijsinstellingen, leveranciers en onderwijsbegeleidingsdiensten de verantwoordelijkheid om de kansen die het gebruik van open standaarden met zich meebrengen te benutten. Elke organisatie moet nog beginnen met de plannen voor 2012. Laten we gezamenlijk optrekken in het samenstellen van beleid als het gaat om het gebruik van open standaarden.

zondag 15 mei 2011

Scholen ook aan het stuur bij gebruik van tussendoelen


Recent mocht ik aanschuiven bij een presentatie bij Kennisnet over Les2.0 door Paul Vermeulen en Sanne Lusink. Ik werd getriggerd door een uitspraak op p. 78 van het zeer leesbare boekwerk ‘Arrangeren doe je zo!’. Men heeft een zgn. leerdoelenmatrix ontwikkeld waarin op detailnivo per vak- of leergebied de benodigde kennis en vakvaardigheden (in Achievement Standards Network***)-termen ‘learning outcomes’, de tussendoelen) worden beschreven. Deze leerdoelenmatrix, zo stelt Les2.0, is noodzakelijk om het curriculum-dekkende karakter van de gemaakte lessen te bewijzen. Blijkbaar hebben de (overigens helaas niet vrij toegankelijke) lesplannen van Les2.0 deze neutrale kapstok nodig om vertrouwd te worden door de docenten. Logisch als je je verplaatst in de positie van de docent die delen van het methodisch materiaal heeft vervangen of aangevuld door de arrangementen van LES2.0 en nu aan ouders moet gaan uitleggen dat deze aanpassingen geen enkele relatie hebben tot het zakken van hun kind voor de tentamens.

De vergelijking dient zich aan voor de commerciële equivalenten van de Les2.0-arrangementen: de vertrouwde, beproefde en breed gebruikte methodes van de uitgevers. De kerndoelen/eindtermen zijn uiteraard goed afgedekt, maar in hoeverre is het voor de docent duidelijk hoe de methode ingaat op de onderliggende tussendoelen? En als hij hierin wat wil aanpassen, hoe weet hij welke impact dat heeft?

Stel nu eens voor dat ook de uitgevers nauwkeurig kunnen laten zien hoe de methode precies relateert aan het formele curriculum, welke voordelen zou dat kunnen hebben? Allereerst natuurlijk de check dat wordt voldaan aan de curriculumeisen: niet onbelangrijk, zeker voor nieuwe of gewijzigde curricula! Tevens verkrijgt men inzicht in de mate waarin een methode specifieke onderdelen behandelt.

Ervaren docenten weten natuurlijk zelf wel dat voor hetzelfde vak/leerjaar de diverse methodes hun aandacht zeer verschillend verdelen over de onderdelen van het curriculum. Misschien zou dat wel efficiënter kunnen? Een ander voordeel ligt in de mogelijkheden om ander (al dan niet open) leermateriaal bij te kunnen ‘mixen’ in de leidende methode met vooral als doel meer ‘onderwijs op maat’ te kunnen bieden. Niet alleen de docenten geven deze behoefte aan, nogmaals bevestigd door de uitkomsten van de Leermiddelenmonitor 2010/2011van SLO (lees bijv. p. 15). Maar ook uitgevers spelen volop in op deze trend van bijmixen middels online uitbreidingen in hun methodes. Bijv. op basis van de paragraaf-indeling kan online eigen of andere lesmateriaal toegevoegd worden, al dan niet gelijk gedeeld met de methode-community. Een Teleblik-filmpje aldus gelinkt door een deskundige docent ter verduidelijking van de lesstof, is vele malen goedkoper dan zelf een filmpje op maat produceren.

Uiteraard gelden er wel een aantal essentiële randvoorwaarden om dergelijke wensen te realiseren. In ieder geval de noodzaak van kwalitatief goede en breed gedragen detail-beschrijvingen van het curriculum die niet elk jaar weer wijzigen. Deze kennen we in Nederland nog nauwelijks, onder andere omdat dit strijdig zou zijn met de vrijheid van inrichting van onderwijs. Noodzakelijke ingrediënten! Ook Europees wordt de noodzaak hiervan onderkend, er is inmiddels een initiatief om te komen tot een European ‘Achievement Standards’ Bank.

Daarnaast zullen alle betrokkenen ruim de tijd moeten krijgen hiermee hierover kennis op te bouwen, hieraan te gaan werken, en in de praktijk werkbare oplossingen te creëren. En het lijkt erop dat hiervoor ook wel veel ICT-technologie nodig, zoals de oplossingen van Achievement Standards Network of van de Australian ScOT laten zien. Voor wie snel wil beginnen: de projecten ‘Arrangeren’ en ‘Ontwikkelen en beheren van vocabulaires’ binnen het ECK2-programma zullen in dit domein een flinke boost geven (hopelijk mét de arrangementen en de leerdoelenmatrix van Les2.0 :/)) ).

Tot slot: om bovenstaande te realiseren spelen scholen een belangrijke rol: als afnemers van de producten kunnen zij aangeven wat hun wensen zijn en met hun leveranciers afspraken maken over de invulling daarvan en de termijn waarop. Het zou goed zijn als de scholen zich nog meer als klant op gaan stellen en hier een veel meer leidende rol gaan nemen om deze ontwikkeling te stimuleren. Vóór alles zijn tenslotte al die jarenlange investeringen in de Educatieve Contentketen bedoeld om een klantgerichte keten te ontwikkelen

die ten dienste staat van de docenten en zijn leerlingen. Overigens zijn er nog veel meer gebieden aan te wijzen binnen de ECK waar een meer sturende hand van de gezamelijke scholen de ECK verder omhoog kan stuwen. Om maar te noemen: het gebruik van een eenduidige standaard voor het uitwisselen van leerresultaten en voor het uitwisselen van toetsresultaten; of open standaarden voor de toegang en distributie van leermateriaal.


***) Achievement Standards Network (ASN) heeft over een periode van ruim 10 jaar de tussen/leer-doelen beschreven van het Amerikaanse onderwijs, en beschikbaar gesteld voor zowel computers als voor mensen. Hiervoor is LinkedData-technologie gebruikt. Hun aanpak vindt inmiddels navolging in diverse landen waaronder Australië.

maandag 28 maart 2011

Cisco en Microsoft wijzen ECK de weg


Zoals Johan Cruyff altijd zegt: ‘da’s logisch' .

Zo logisch heb ik de doorkijk naar 21st century educatie ervaren bij het bezoek van Amerikaanse gasten enige weken terug, waarbij de learning experience zo goed als mogelijk afgestemd kunnen gaan worden aan de behoeftes van individuele leerling tijdens zijn of haar leerperiode (‘life long learning’). Anders gezegd: de optimale mix van gesloten en open leermateriaal om het individuele leerpad van een leerling te ondersteunen.

Met Amerikaanse gasten doel ik op het 3-daagse werkbezoek dat Diny Golder en Stuart Sutton, beide werkzaam bij de Achievement Standards Network van Jes&Co, hebben doorgebracht bij Kennisnet. Centraal in hun bezoek stond een presentatie voor de workshop van het project Arrangeren van ECK2 van projectleider Nico Verbeij op de dinsdag, maar daarnaast hebben Diny en Stuart - overigens zeer innemende mensen - uitgebreid gesproken met Jeroen Hamers, Leonie en Phil vanuit het Educational Linkedscape-project; met Frans Berkhof van SLO en met het Edurep-team van Wim en Theo.

Krachtpatsers als Microsoft en Cisco ontwikkelden de afgelopen decennia nieuwe technologie waar onvoldoende kennis voor aanwezig was om deze goed in te zetten. Daarom was het noodzakelijk om experts efficiënt en effectief op te leiden. Opleidingen als CCNA, CCDA en MCSE werden uit de grond gestampt, zonder historische ballast. Nauwkeurig werden in kleine stapjes de noodzakelijke onderdelen beschreven voor de leerlijn die leidde tot het diploma: benodigde theoretische kennis, competenties, praktische vaardigheden. Bij elk stapje hoorde een assesment waarvan de uitkomst bepalend is voor de volgende stap in de leerlijn: extra oefenstof, bijles door een peer-student, verandering van aanpak omdat een leerling veel visueler is ingesteld dan het gemiddelde, of een flinke stap voorwaarts omdat de leerling de materie eigenlijk al overziet.


Deze manier om de leerlijn op te zetten is de afgelopen 10 – 15 jaar door Achievement Standards network toegepast om opleidingen die al een veel langere historie hadden, te ontleden en inzichtelijk te maken. Dat leidde voor het voortgezet onderwijs van de 51 amerikaaanse staten tot - op dit moment – 350.000 (!!) learning outcomes of ‘achievement standards’: nauwkeurig gedefinieerde tussendoelen, vakinhouden of wat een tussenstapje dan ook beschrijft. Essentieel hierin is dat elke learning outcome uniek identificeerbaar is op het internet, en dat er een relatie gelegd kan worden tussen een learning outcome en bijv. een learning resource. Een relatie kan zijn: leerobject A (of: paragraaf 3.1) leidt op tot tussendoel 7.3, hetgeen beproefd kan worden met testje B. Granularity is hierbij een belangrijk begrip: de grootte van de stap die wordt beschreven. En de technologie die de hiervoor noodzakelijke flexibiliteit biedt: semantische web of web 3.0.

En dergelijke aanpak lijkt ook voorstelbaar in het Nederlandse onderwijs. Een schets: de neutrale kapstok van de leerlijn voor het vak Engels voor HAVO 2 wordt ontwikkeld door SLO. Deze kapstok bevat zo min mogelijk didactiek en keuzes voor het ‘hoe’ (volgorde of sequencing, methodiek, etc), maar bevat wel een nauwkeurige beschrijving van alle onderdelen van de leerlijn. Daarnaast kunnen uitgevers in hetzelfde domein eenzelfde nauwkeurige beschrijving van hun methode aanbieden, bijv. van de hand van de inhoudsopgave. Voordeel is dat deze zeer bekend is bij de docenten. Vervolgens kunnen relaties worden gelegd tussen een bepaalde paragraaf en bepaalde tussendoelen of vakinhouden, en ook met ander leermateriaal uit bijv. Wikiwijs of de collectie van SchoolTVBeeldbank. De waarde van de gelegde relatie wordt – net als in het echte leven – bepaald door de gebruiker en hangt oa. af van wie de betreffende relatie legt.

Welke voordelen kan dit opleveren? Voor de uitgever kan zijn veelgebruikte methode verantwoord worden aangevuld met nieuw materiaal van elders, bijv. een toepasselijk Teleblik-filmpje. Een klein stukje lesmateriaal voor een specifiek leerdoel kan nu verantwoord geklikt worden in de leerlijn . Een docent kan vanuit de formele leerlijn keuzes maken voor specifieke leerlingen in specifieke situaties. Een leerling kan …..

Het concept van informatie over een leerobject lijkt in bovenstaande werkwijze te veranderen: van centraal verzamelde metadata door de producent kan relevante informatie over het leerobject overal staan en door iedereen worden gecreëerd. Met inbegrip van bijv. het leerresultaat dat een specifieke leerling met een bepaalde achtergrond in een specifieke situatie heeft behaald met een stukje lesstof … maar dat lijkt nog écht toekomstmuziek.

Duidelijk is dat dit een open model is: wil je meedoen, dan bied je je leerlijn of je methode (bijv. de inhoudsopgave is al een eerste stap) of je stukje leermateriaal aan om mee te verbinden, om aan te relateren. Zodat docenten en leerlingen al navigerend de beste leerervaring kunnen creeren. En dat we dat willen lijkt me: logisch!